A A A
verkeersborden header TheorieCursus.nl

G3. Autoweg.

g3Een autoweg is een weg waarop alleen motorvoertuigen rijden die dit over het algemeen met een behoorlijk hoge snelheid doen. Een autoweg bestaat meestal uit 1 rijbaan, je kan dus te maken krijgen met tegenliggers.
Als je wilt inhalen moet je heel zeker van je zaak zijn. Het inhalen op autowegen heeft regelmatig frontale botsingen tot gevolg en de gevolgen hiervan laten zich raden.
Ook heeft een autoweg gelijkvloerse kruisingen.
Dat wil zeggen dat je te maken kunt krijgen met voetgangers, fietsers en al het overige verkeer dat de autoweg wil oversteken.
Om het verlaten van autowegen veiliger te maken zijn er meestal uitrijstroken aangelegd. Deze uitrijstroken kunnen zowel links als rechts naast de rijbaan liggen.
Je herkent een autoweg aan bord G3. Veel autowegen hebben een nummer. Dit is altijd een N-nummer.

Parkeerplaatsen, bushalteplaatsen en tankstations die langs een autoweg gelegen zijn behoren niet tot de autoweg. Hier gelden niet de regels van een autoweg.

Om op een autoweg te mogen rijden moet je minimaal 50 kilometer per uur kunnen en mogen rijden. Dit betekent niet dat je minimaal 50 kilometer per uur moet rijden om op de autoweg te rijden. Als er een file op de autoweg staat heeft het natuurlijk geen zin om 50 kilometer per uur te rijden, maar pas je de snelheid aan het overige verkeer aan.
Een brommobiel die 80 kilometer per uur kan rijden mag niet de autoweg oprijden. Hij kan wel minimaal 50 kilometer per uur rijden, maar hij mag geen 50 kilometer per uur rijden.

De maximumsnelheid op autowegen buiten de bebouwde kom is 100 kilometer per uur. Het is echter niet altijd toegestaan om 100 kilometer per uur te rijden. Op veel autowegen, vooral binnen de bebouwde kom, geldt een maximumsnelheid van 70 kilometer per uur. Ook als er een maximumsnelheid geldt van 100 kilometer per uur, dan wordt deze vaak verlaagd naar 70 kilometer per uur. In ieder geval bij nadering van verkeerslichten en vaak bij kruispunten.

Langs autowegen zijn geen vluchtstroken aangelegd, maar het is natuurlijk wel fijn dat wanneer je pech hebt je toch je auto veilig aan de kant kan zetten. Hiervoor zijn vluchthavens aangelegd. Vluchthavens worden altijd aangegeven door middel van een klein blauw bordje waar een auto met een geopende motorkap opstaat waaronder iemand aan het sleutelen is.
Het is niet toegestaan gebruik te maken van de vluchthaven als je geen pech met de auto hebt. Het is niet toegestaan om te parkeren op vluchthavens.
Als je pech hebt op een autoweg is er vaak geen vluchtstrook waar je een veilig heenkomen kan zoeken. Zorg dat je op een zo veilig mogelijke manier op de vluchthaven terechtkomt. Zet zo snel mogelijk de waarschuwingsknipperlichten aan. Sta je eenmaal op de vluchthaven moet je op de volgende zaken letten: Is er naast de vluchthaven een vangrail?
Zo ja, zet de auto zo dicht mogelijk tegen de vangrail aan.
Zo nee, zet de auto als het mogelijk is in de berm.
Verlaat de auto, ook de passagiers en zoek een veilig heenkomen achter de vangrail. Dit geldt ook, misschien wel juist, als het hondenweer is.
Plaats de gevarendriehoek of zet de waarschuwingsknipperlichten aan.
Op de hectometerpaaltjes is een pijl aangebracht die wijst naar de dichtstbijzijnde ANWB praatpaal. Loop naar de praatpaal en maak contact met de wegenwacht. Ben je al lid van de wegenwacht komen ze gratis naar je toe en proberen ze het probleem te verhelpen. Ben je nog geen lid van de wegenwacht dan komt de wegenwacht ook, alleen moet je betalen plus extra administratiekosten.